Steun de film "Dexia of de gijzeling van een democratie" Voor een Participatief en Onafhankelijk Productiemodel!


Accueil > NL > Artikels > Analyse

Activisten, geen terroristen

19 september 2011 - Serge Gutwirth en Dirk Voorhoof
Opiniestuk verschenen in De Standaard 14 september 2011

Wanneer in het Midden-Oosten of China mensen in opstand komen tegen de overheid, juichen we het toe. Als burgers hier hun stem laten horen, voor mensenrechten of het milieu, is vervolging en bestraffing hun deel. Een dag voor de ’internationale dag voor de democratie’ roepen DIRK VOORHOOF en SERGE GUTWIRTH op tot verzet tegen deze repressieve tendens.
Enkele activisten van Greenpeace werden twintig dagen in voorarrest opgesloten en vervolgd, omdat ze tijdens de klimaattop in Kopenhagen ongenodigd – tijdens een staatsbanket van de Deense koningin – spandoeken voor een krachtig klimaatakkoord hadden ontrold.

Hun boodschap werd genegeerd en de activisten werden als misdadigers behandeld en strafrechtelijk vervolgd. Enkele weken geleden werden ze door de rechtbank van Kopenhagen tot gevangenisstraffen met uitstel veroordeeld. Greenpeace Nordic kreeg een fikse geldboete van 10.000 euro opgelegd.

In Japan werden dan weer twee medewerkers van Greenpeace vervolgd wegens diefstal en inbraak, omdat zij een doos walvisvlees in een havendepot onderschepten om het bestaan van clandestiene en illegale walvishandel te bewijzen. De walvissmokkel is inmiddels door de autoriteiten toegegeven, maar de twee zijn uiteindelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar met uitstel.

Ook in België is repressief gereageerd tegen leden van Greenpeace die vanop de ’rode loper’ van een Europese top een kordater EU-klimaatpolitiek eisten. De actievoerders kregen een gevangenisstraf van een maand met uitstel en een gezamenlijke geldboete van 11.000 euro. Volgens de Brusselse rechtbank konden de actievoerders zich niet beroepen op het recht op expressievrijheid of het recht op vreedzame politieke actie.

Valse aantijgingen

Politie en parket deinzen er soms zelfs niet voor terug valse aantijgingen tegen activisten aan te voeren, zoals een Brugs vonnis over de acties aan het Lappersfortbos aantoont. Enkele milieudemonstranten stonden terecht wegens geweld tegen de politie. Uit televisiebeelden die de rechtbank kon bekijken bleek dat van geweld tegen de politie geen sprake was. Dankzij die mediabeelden zijn de actievoerders vrijgesproken.

De keuze om repressief tegen actievoerders op te treden, komt niet enkel van de overheid. Zo diende Electrabel klacht in tegen Greenpeace wegens zware misdrijven, criminele bendevorming en aanslagen. Hier stelde de rechter vast dat Greenpeace een vredelievende en geen criminele organisatie is: het doel van de acties was de bescherming van het milieu en de sensibilisering van de publieke opinie.

Van de draconische beschuldigingen van Electrabel tegen Greenpeace, die leidden tot lange en ingewikkelde processen, gaat duidelijk intimidatie uit. Om nog niet te spreken van de financiële implicaties die verbonden zijn aan dergelijke procedures - al draaiden ze in dit geval uit op een buitenvervolgingstelling of vrijspraak.

Ook andere bedrijven willen elke vorm van contestatie of kritiek in de kiem smoren. Zo slaagde McDonald’s er onlangs in via de rechter een Vlaamse kortfilm, met Titus de Voogdt in de hoofdrol, tegen te houden omdat een passage de reputatie, het merk en het imago van de hamburgerketen kon schaden. Pas nadat de McDonald’s-scène was weggeknipt, kon de film in circulatie komen.

Nog een voorbeeld: MO*, een magazine dat de aandacht richt op duurzame ontwikkeling en aspecten van globalisering, is veroordeeld omdat het een spotprent publiceerde van George Forrest, grote baas in de mijnindustrie.

Van een andere aard maar minstens even verontrustend is het ontslag ’om dringende redenen’ van KUL-onderzoekster Barbara Van Dyck, omdat ze had deelgenomen en haar steun had betuigd aan de protestactie tegen het ggo-aardappelveld in Wetteren. Het ontslag lokte scherpe reacties uit, ook uit de academische wereld. Maar de rector van de Leuvense universiteit hield voet bij stuk.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Er is ook de vervolging van Anja Hermans wegens haar acties in de ’beveiligde’ zone rond de kerncentrale in Doel. Er is de Liga voor Mensenrechten die haar subsidies dreigde te verliezen. En er is telkens weer de harde aanpak van actievoerders bij asielcentrum 127 en de acties bij Kleine Brogel.

Minder mondig

Deze repressieve tendens duikt niet toevallig op in een tijd waarin de dienstbaarheid van de staat aan de economische groei primeert op de opdracht om mondig, geïnformeerd en betrokken democratisch burgerschap in stand te houden. Steeds meer gelden de ’wetten van de markt’, waarvoor niemand ooit een stem uitbracht. De greep die banken en financiële ’notatiebureaus’ op staten hebben is sprekend.

Maar het gaat veel verder. In een recent boek, Niet voor de winst, beschrijft Martha Nussbaum met angstaanjagende precisie hoe het onderwijs niet langer streeft naar de vorming van mondige en kritische burgers, maar naar bruikbare en productieve leerlingen.

Ook het wetenschappelijk onderzoek wordt almaar meer afhankelijk gemaakt van economische behoeften en winststreven. Universiteiten zijn zelf in een bikkelharde concurrentiestrijd verwikkeld. Alleen wie sneller en meer publiceert, meer doctoraten aflevert en meer octrooien verkrijgt dan de andere, kan blijven groeien.

Tegen die achtergrond wekt het geen verwondering dat het respect voor de mondige, democratische en kritische burger, waarvan de horizon breder is dan de pensée unique van de ’wet van de markt’ tanende is, want storend voor de economische ratrace waarin we met z’n allen verstrikt zijn geraakt.

Wereldwijd is sprake van een ’zorgwekkende trend van een steeds meer beperkende omgeving voor de burgermaatschappij’ (Report of the World Movement for Democracy).

Daarom is het hoog tijd op te komen voor de verworvenheden van de democratische rechtstaat waarin politiek, onderwijs, wetenschap, recht, technologie, cultuur en kunst een bijdrage te leveren hebben, niet aan de economie (die ook in het rijtje zou moeten staan), maar aan een duurzame samenleving die zijn toekomst op een open, collectieve en bemiddelende wijze opbouwt.

Het is vanuit dit perspectief dat een voortdurende, actieve en invloedrijke participatie van burgers en ngo’s aan de politiek en het maatschappelijk debat een absolute must is, ook in een vertegenwoordigend democratisch systeem. Door de participatie vanuit de burgermaatschappij wordt het politieke gebeuren permanent alert gehouden en aangezwengeld. De media spelen eveneens een belangrijke rol: zij brengen de boodschap van deze acties onder de aandacht en op de politieke agenda.

Kritiek moet kunnen

De inbreng van de civiele maatschappij is bovendien beschermd in onze rechtsorde. Het Europees Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg is ondubbelzinnig: de vrijheid van meningsuiting is vooral van belang wanneer zij betrekking heeft op kritiek en contestatie van beleid en heersende orde. Burgerorganisaties, activisten en ngo’s moeten hun proteststem kunnen laten klinken, vooral ook, benadrukt het Straatsburgse Hof, in aangelegenheden die te maken hebben met milieu, gezondheid en mensenrechten.

Bij manifestaties of acties moet men enig verstorend effect tolereren. Rustverstoring op zich rechtvaardigt geenszins een repressieve aanpak.

Vanuit strafrechtelijk oogpunt is het bovendien niet zo dat elke vaststelling van een misdrijf moet leiden tot een vervolging, veroordeling en/of bestraffing. Niet alleen kan het openbaar ministerie zaken seponeren, er bestaan ook rechtvaardigings- en strafuitsluitingsgronden. Als vormen van directe actie onder de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden vallen, moet er geen straf worden uitgesproken.

In toepassing van het Europees Mensenrechtenverdrag mag er in principe geen inmenging zijn van overheidswege. Actieve burgers mogen niet worden overgeleverd aan politie, strafrecht en repressie: daarmee wordt de publieke ruimte van het open debat versmald en worden degenen die eraan bijdragen onterecht gediscrediteerd.

Dat is wat ook de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties onlangs heeft beklemtoond in een resolutie over het recht op vreedzame vergadering en vereniging (UN Human Rights Council, resolutie 15/11, 30 september 2010).

In uitvoering van deze resolutie is een speciale rapporteur aangesteld die verslag zal uitbrengen over maatregelen die wereldwijd worden genomen om de civiele maatschappij beter te ondersteunen en te beschermen. De speciale rapporteur zal ook verslag uitbrengen over schendingen van het recht op vreedzame vergadering en vereniging en allerlei vormen van discriminatie, geweld, intimidatie of belaging van personen of organisaties die op deze rechten aanspraak maken.

Het moge duidelijk zijn dat de inbreng van de civiele maatschappij en het respect voor burgerlijke en politieke rechten niet enkel in landen als Tunesië, Egypte, Syrië, Jemen, Libië, Wit-Rusland, Cuba, Birma of China moeten worden ondersteund, verdedigd en geprezen. Ook hier zijn ze geen verworven rustig bezit.

Voor meer informatie over de internationale dag van de democratie op 15 september 2011:
http://www.un.org/en/events/democracyday/index.shtml

Voor meer informatie over de speciale VN-rapporteur over het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging:
http://www.ohchr.org/EN/Issues/AssemblyAssociation/Pages/SRFreedomAssemblyAssociationIndex.aspx



Suivre la vie du site zu    ?    |    titre sites syndiques OPML   ?  


Site réalisé avec SPIP